Ontslag bij naderende AOW-leeftijd? Let op de transitievergoeding!

In de praktijk komt de situatie uit de titel regelmatig voor in de volgende vorm: werknemers met een langdurig dienstverband raken arbeidsongeschikt; de 104-weken loondoorbetalingsperiode eindigt en een ontslagtraject wordt opgezet. Gezien de duur van het dienstverband is de transitievergoeding dan vaak omvangrijk.

 

In een deel van deze gevallen is het daarnaast ook zo dat de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd nadert. De hoogte van de transitievergoeding kan dan disproportioneel lijken, gezien de korte periode die tussen het ontslag en het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd ligt. Het kan zelfs voorkomen dat de resterende loonaanspraak over het laatste deel van het dienstverband, tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd, lager ligt dan de transitievergoeding. Dit was ook de situatie in de hierna te bespreken praktijkcasus, die vorige week door de Hoge Raad is bevestigd, waarbij het verschil tussen de resterende loonaanspraak en de transitievergoeding ruim € 65.000,- bedroeg.

Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft in 2017 geoordeeld dat de wetgever, met de huidige systematiek, heeft gekozen voor een forfaitaire vergoeding, die strekt ter compensatie van de kosten in verband met overgang naar een andere baan/inkomensverlies.[1] De wetgever heeft het recht op transitievergoeding niet gekoppeld aan enige schade. Het hof heeft destijds een kleine ruimte opengelaten: als de maatstaven van redelijkheid en billijkheid dit vereisen, kan de transitievergoeding worden ingeperkt. Naar het oordeel van het hof is dat in deze situatie echter niet het geval, als gevolg waarvan de werkgever de volledige transitievergoeding is verschuldigd.

De werkgever is tegen deze uitspraak in cassatie gegaan. De uitspraak in de cassatiezaak heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2018 en ligt in lijn met de conclusie van 8 juni 2018.[2] In deze conclusie wordt – onder andere – opgemerkt dat het niet afvlakken van de transitievergoeding door het Hof, past bij de wijze waarop de transitievergoeding momenteel is opgenomen in de wet.[3] De hoogte van de vergoeding staat daarbij los van de leeftijd van de werknemer. De conclusie maakt tevens duidelijk dat in het geval van een einde dienstverband wegens langdurige arbeidsongeschiktheid en/of het naderen van de AOW-gerechtigde leeftijd, de wettelijke systematiek weinig ruimte openlaat om op grond van de maatstaven van redelijkheid en billijkheid tot een afvlakkend oordeel te komen. Bij andere redenen om tot een einde dienstverband te komen, kan dit uiteraard anders zijn.

De Hoge Raad heeft de conclusie gevolgd en het beroep verworpen. De werkgever blijft de omvangrijke transitievergoeding verschuldigd aan de werknemer.

Transitievergoedingen, zeker in combinatie met langdurige arbeidsongeschiktheid en werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd benaderen, zijn een complex onderwerp. Overleg met een deskundige van Brouwers kan u helpen om snel en goed zicht op de situatie en de verschillende mogelijkheden te krijgen. Neem voor meer informatie daarom contact met ons op.

[1] Hof ’s-Hertogenbosch 13 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3263

[2] HR 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1845

[3] PHR 8 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:698

Bekijk ook