Compensatieregeling kinderopvang

Ouders die normaliter kinderopvang gebruiken, maar nu verplicht hun kind thuis houden, moeten de gehele factuur aan de kinderopvang blijven voldoen. De kinderopvangsector blijft daarmee in staat goede opvang te verzorgen, in het bijzonder de noodopvang voor ouders in cruciale beroepen.

Ouders dienen hun kind niet af te melden bij de kinderopvangorganisatie, om zo de kinderopvangplek te behouden.

Noodopvang
Aan gebruik van de noodopvang voor kinderen van ouders in cruciale beroepen zijn geen kosten verbonden. Als in een gezin één ouder een cruciaal beroep uitvoert, en het niet lukt zelf de kinderen op te vangen, kan er een beroep worden gedaan op de school en/of kinderopvang (dagopvang, BSO, gastouderopvang). Het is dus geen harde eis dat beide ouders een cruciaal beroep uitoefenen.

Inkomenswijziging
Ook in de kinderopvangtoeslag zelf hoeven ouders niets te wijzen, waardoor het recht op kinderopvangtoeslag blijft bestaan. Alleen het doorgeven van een inkomenswijziging blijft in alle gevallen belangrijk, omdat dit leidt tot een andere hoogte van de kinderopvangtoeslag. Wanneer ouders een inkomenswijziging doorgeven voor de eerste dag van de volgende maand, wordt deze wijziging verwerkt in de kinderopvangtoeslag van die volgende maand (uitkering van de kinderopvangtoeslag vindt plaats rond de 20e van de maand).

Compensatie
Een deel van de factuur van de kinderopvang heeft betrekking op de inkomensafhankelijke eigen bijdrage die ouders betalen. Het kabinet vindt het onwenselijk om ouders een eigen bijdrage voor kinderopvang te laten betalen terwijl ze daar geen gebruik van maken. Ouders worden daarvoor gecompenseerd via een aparte landelijk geldende compensatieregeling.

De overheid neemt bij die compensatie het deel van de eigen bijdrage tot de maximum uurprijs voor haar rekening. De kinderopvangorganisaties hebben de intentie uitgesproken het gedeelte tussen de maximum uurprijs en de werkelijke uurprijs, voor zover die hoger ligt, te vergoeden aan de ouders.

Compensatie via de SVB
Voor de compensatie door de overheid wordt een aparte regeling opgesteld die wordt uitgevoerd in een samenwerking tussen de Belastingdienst/Toeslagen en de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Ambtshalve
Ouders die de kinderopvang door blijven betalen gedurende de sluitingsperiode tot en met 28 april 2020, krijgen een vergoeding voor de eigen bijdrage. De Belastingdienst/Toeslagen stelt aan de hand van de gegevens van ouders die bij de Belastingdienst op de peildatum 6 april 2020 bekend zijn, de vergoeding per huishouden ambtshalve vast. Dit betekent dat ouders geen aparte aanvraag hoeven te doen.

Peildatum 6 april 2020
De datum van 6 april sluit voor de Belastingdienst/Toeslagen aan op een vast maandelijks peilmoment en maakt het tegelijkertijd mogelijk zo veel mogelijk aan te sluiten op de actuele situatie.

De hoogte van de vergoeding wordt berekend op basis van het aantal kinderen in een huishouden dat gebruik maakt van kinderopvang, het aantal uren dat is doorgegeven, de hoogte van het inkomen en de maximum uurprijs die geldt. De Belastingdienst/Toeslagen geeft de hoogte van de vergoeding en betaalgegevens door aan de SVB. Op basis daarvan stuurt de SVB de ouders een beschikking met daarin het bedrag van de vergoeding. Voor vragen over de beschikking moeten ouders contact opnemen met de SVB.

De gegevens bij de Belastingdienst/Toeslagen op de gehanteerde peildatum 6 april 2020 zullen niet altijd volledig aansluiten bij de gegevens in de actualiteit en op de factuur. Voor sommige ouders kan sprake zijn van een beperkte overcompensatie, dan wel een beperkte ondercompensatie. Dit wordt veroorzaakt door een aantal versimpelingen in de regeling, zoals een op de peildatum nog niet verwerkte inkomenswijziging en het uitgaan van de maximum uurprijs in plaats van de werkelijke uurprijs. De vergoeding wordt hier achteraf niet op gecorrigeerd.

Bij substantiële afwijkingen krijgen ouders de mogelijkheid om herziening aan te vragen.

Uitbetaling
De vergoeding wordt in één bedrag door de SVB rechtstreeks aan de ouders uitbetaald over de periode van 16 maart 2020 tot en met 28 april 2020. De verwachting is dat de uitbetaling in de maand juni of uiterlijk juli geschiedt.

Als het kabinet besluit de sluiting van de kinderopvang nog met enkele weken te verlengen, zal de eenmalige uitkering betrekking hebben op deze langere periode. De uitbetaling zal dan ook pas op een later moment plaatsvinden.

Bezwaar en beroep
Voor ouders die het niet eens zijn met de hoogte van de vergoeding en/of de gevolgde procedures staat bezwaar en beroep open. De inhoudelijke beoordeling van herzieningen, bezwaar en beroepszaken zal door de Belastingdienst/Toeslagen plaatsvinden.

Formele grondslag
De regeling wordt formeel vastgelegd in een zelfstandige algemene maatregel van bestuur (AMvB) die gebaseerd wordt op artikel 89 van de Grondwet. Het kabinet maakt het ontwerp van deze AMvB naar verwachting half mei openbaar.

Voorschoolse educatie of sociaal-medische indicatie
Voor sommige ouders geldt dat zij bij het gebruik van kinderopvang geen gebruik maken van kinderopvangtoeslag, maar een vergoeding krijgen van de gemeente. Bijvoorbeeld als sprake is van een sociaal-medische indicatie (SIM) of deelname aan voorschoolse educatie of kortdurend peuteraanbod. De eigen bijdrage die ouders voor deze opvang betalen wordt door de gemeente gecompenseerd.

Bron: brief kabinet noodpakket banen en economie 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; Belastingdienst; nieuwsbericht ministerie van SZW 20-3-2020; brief kabinet noodmaatregelen kinderopvang in verband met Covid-19 25-3-2020, nr. 2020-0000045277; nieuwsbericht Vereniging Nederlandse Gemeenten 6-4-2020; brief staatssecretaris van SZW kinderopvang en Covid-19: update noodopvang en compensatie eigen bijdrage ouders 16-4-2020,

Bekijk ook