Is een dga wel of niet verzekerd voor de SV?

De vraag of een bestuurder aangemerkt kan worden als dga (directeur groot aandeelhouder) in de zin van de WW is een periodiek terugkerend vraagstuk. Zelfs na implementatie van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2016  is er geen rust ontstaan. Grotendeels komt dit uiteraard voort uit de grote (financiële) belangen die met een dergelijke aanwijzing gepaard gaan. Recentelijk is door de Centrale Raad van Beroep een uitspraak gedaan waarbij de statutair bestuurder werd aangemerkt als dga in de zin van de WW. In meerdere opzichten betreft het hier een interessante casus.

De vennootschap waar de statutair bestuurder aan verbonden was is failliet gegaan. De aangewezen curator besluit de bestuurder te ontslaan. De bestuurder, die voor 40% de aandelen in de vennootschap houdt, meldt zich bij het UWV en vraagt een WW uitkering aan. De bestuurder beroept zich op het feit dat hij zijn werkzaamheden onder de verantwoordelijkheid van een algemeen directeur heeft verricht. Volgens de bestuurder is er zodoende sprake geweest van een feitelijk gezag en heeft hij daarom recht op een WW uitkering. Het UWV gaat hier niet in mee en weigert de uitkering te verstrekken. De statutair bestuurder is het hiermee oneens en stapt naar de CRvB.

De CRvB komt al snel tot de conclusie dat er sprake was van een gezagsverhouding en dat de statutair bestuurder loon ontving. Het gevolg van deze bevindingen was dat er aanwijsbaar op basis van een arbeidsovereenkomst werd gewerkt. De volgende stap is om dan te toetsen of er sprake is van een dga op grond van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder. Mocht aan de voorwaarden in deze regeling worden voldaan, dan wordt, bij wijze van uitzondering, de arbeidsovereenkomst niet als dienstbetrekking aangemerkt.

De statutair bestuurder heeft zijn huiswerk gedaan en stelt zich erop dat een Europese richtlijn (2008/94/EG) dient te worden overwogen. De Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder maakt volgens de statutair bestuurder ten onrechte een inbreuk op de Europese richtlijn. Toepassing van de richtlijn zou ertoe leiden dat de statutair bestuurder een verdergaande bescherming zou genieten en zodoende in aanmerking voor een WW uitkering diende te komen.

De regeling bepaalt dat het UWV bevoegd is om een bestuurder niet als dga aan te merken indien de feiten en omstandigheden dit rechtvaardigen. In de praktijk wordt van vaak getoetst of de bestuurder ondergeschikt is aan de AVA. De bestuurder kon dit niet aantonen. Ondanks de (duidelijk) gewijzigde omstandigheden in de bedrijfsvoering, had de bestuurder aan het einde van de lijn nog altijd de zeggenschap en de aandelen zelf in handen. De Europese richtlijn bood de bestuurder ook geen uitkomst. De wijze waarop de richtlijn de term werknemer uitlegt is begrensd door het doel van de richtlijn. Na enig onderzoek komt het CRvB tot de conclusie dat de richtlijn (hetzij op andere wijze) dezelfde uitleg geeft als de regeling. Het beroep op de richtlijn is dus niet relevant, nu beide tot dezelfde uitkomst leiden. Deze uitkomst leidde tot de conclusie dat er geen aanleiding was om de statutair bestuurder niet als dga aan te merken.

Bekijk ook