Nieuwe spelregels tijd-tijd-voor-tijd in 2019

De situatie die kan ontstaan bij het vergoeden van meerwerk in tijd, is dat werknemers, voor de uren die zij in totaal arbeid verrichten (dus inclusief meerwerk), omgerekend een bruto-uurloon betaald krijgen dat beneden het wettelijk minimumloon ligt. Het meest eenvoudige voorbeeld is de werknemer die exact het minimumloon verdient en een fulltime dienstverband heeft. Zodra hij overuren gaat maken verdient hij, in die periode, minder dan het wettelijk minimumloon als dit wordt omgerekend naar een uurloon per daadwerkelijk gewerkt uur. De wetgever meent dat dit in strijd is met het wettelijke uitgangspunt, te weten dat arbeidstijd tenminste tegen het geldende minimumloon dient te worden uitbetaald. Dit is een van redenen om de tijd-voor-tijdregelingen dwingendrechtelijk anders in te richten.

 

Voordat wordt ingegaan op de nieuwe regels, is het eerst van belang om vast te stellen of een bepaalde situatie valt onder de nieuwe regels. De regels vanaf 1 januari 2019 zijn van toepassing, indien voor het totaal aan verrichte uren arbeid, niet tenminste het wettelijk geldende minimumloon wordt betaald of indien partijen (werkgever en werknemer) over de uitbetaling van meerwerk geen schriftelijke afspraken hebben gemaakt.[1] Een eenvoudig voorbeeld kan dit verduidelijken.[2]

 

Voorbeeldsituatie

Een werknemer heeft een arbeidsovereenkomst voor 40 uur per week. In deze arbeidsovereenkomst zijn partijen een uurloon overeengekomen van € 12,- bruto per uur. Het loon per week bedraagt € 480,-. Op enig moment verricht deze werknemer in één week 45 uur arbeid. Om te bepalen of de nieuwe regels inzake tijd-voor-tijd op deze situatie van toepassing zijn, moet worden gekeken of over het totaal aantal verrichte uren arbeid (45), tenminste het wettelijk minimumloon wordt betaald. Ervan uitgaande dat deze werknemer ouder dan 22 jaar is, betekent dat dat over deze uren tenminste € 9,20 bruto per uur betaald dient te worden.[3] Indien het loon (€ 480,-) wordt gedeeld door 45 uur, komt daar een bruto-uurloon uit van € 10,67. Nu tenminste het wettelijk geldende minimumloon wordt betaald voor de totaal verrichte arbeid, zijn partijen niet gebonden aan de nieuwe regels inzake tijd-voor-tijd. Zij kunnen dus, mits schriftelijk overeengekomen voor aanvang van het meerwerk[4], tijd-voor-tijdafspraken met elkaar maken.

 

De nieuwe regels inzake tijd-voor-tijd zien toe op de situatie waarin het naar het daadwerkelijk aantal verrichte arbeidsuren omgerekende loon, lager is dan het wettelijk minimumloon. Uitgangspunt bij de nieuwe regels is dat tijd-voor-tijd slechts mogelijk is, indien dit in de toepasselijke cao is opgenomen. Bij het vormgeven van deze regel is door de regering overwogen dat, bij de totstandkoming van een cao, de belangen van de werknemers zijn vertegenwoordigd en zijn meegewogen. Tevens merkt de regering op dat het niveau van minimumbescherming (betaling van tenminste het minimumloon voor verrichte arbeid), niet afhankelijk moet worden gesteld van individuele afspraken tussen werkgever en werknemer, onder andere omdat werkgevers een machtpositie over werknemers hebben. Indien een situatie dus onder de nieuwe regels van tijd-voor-tijd valt, geldt dat tijd-voor-tijd slechts mogelijk is indien dit is opgenomen in de toepasselijke cao. Ook hier geldt dat werkgever en werknemer hun afspraken omtrent tijd-voor-tijd dienen overeen te komen voordat het meerwerk wordt verricht en dat dit schriftelijk dient te gebeuren. Voor situaties waarin tijd-voor-tijd onder de hiervoor beschreven regels niet mogelijk blijkt te zijn, geldt dat het overwerk dient te worden vergoed in een geldelijk bedrag.

 

Met betrekking tot deze regels geldt dat het gedrag van werkgever en werknemer controleerbaar moet zijn. De administratieve verplichtingen die daarbij komen kijken, rusten op de werkgever.[5] De inspectie zal vragen naar al die documenten die zij nodig heeft om te kunnen controleren of de nieuwe regels van toepassing zijn, of de eventueel van toepassing zijnde cao wordt nageleefd en of werkgever en werknemer, bij toepassing van tijd-voor-tijd, deze afspraken schriftelijk hebben vastgelegd voor aanvang van het meerwerk.

 

Het is van belang om goed voorbereid het nieuwe jaar in te gaan. Controleer daarom tijdig of uw arbeidsovereenkomsten voldoen aan alle nieuwe wet- en regelgeving. Onze arbeidsrechtspecialisten helpen u graag daarbij. Geïnteresseerd? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

[1] Artikel 13a lid 2 Wet Minimumloon en Vakantiebijslag.

[2] Dit voorbeeld is gebaseerd op het voorbeeld van de wetgever opgenomen in: Kamerstukken II 2016/17, 34573, nr. 3 (MvT), § 4.2.4.

[3] Rijksoverheid (2018)

[4] Artikel 13a lid 2 Wet Minimumloon en Vakantiebijslag.

[5] Kamerstukken II 2016/17, 34573, nr. 3 (MvT), § 4.2.4.

Bekijk ook