NOW – 3

Per 16 november is het UWV NOW loket weer geopend. Vanaf dat moment kunnen werkgevers – met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 2020 – een loonkostensubsidie aanvragen. Volgens de overheid biedt het voorzetten van de ondersteuning via de NOW werkgevers en het personeel dat bij hen in dienst is op deze manier ook voor langere tijd zekerheid over de tegemoetkoming in de loonkosten. In dit artikel zal in hoofdlijn de NOW-3 regeling (tranche 3, 4 en 5) uiteengezet worden, waarbij wordt in gezoomd op de voorwaarden en verplichtingen van de werkgever.

Aanpassingen NOW-3

De overheid benadrukt de vrijheid en ruimte voor werkgevers om hun bedrijfsvoering aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid. In dat kader is ervoor gekozen om binnen de NOW-3 het vergoedingspercentage voor de loonsom per tranche langzaam te verlagen:

  • 3e Tranche (oktober – december 2020): 80% vergoeding
  • 4e Tranche (januari – maart 2021): 70% vergoeding
  • 5e Tranche (april – juni 2021): 60% vergoeding

Daarnaast wordt in de 5e tranche de tegemoetkoming niet langer gemaximeerd op 2 maal het maximum dagloon (€ 9691,- per maand), maar eenmaal het maximum dagloon (€4845 per maand). Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, kunnen vergoedingspercentages en bedragen binnen de NOW nog nader worden aangepast.

Waar we zagen dat werkgevers bij de eindafrekening van NOW-1 een groot gedeelte van de subsidie diende terug betalen in verband met het niet gelijk houden van de loonsom, biedt de NOW-3 werkgevers de ruimte om per tranche gedeeltelijk de loonsom te kunnen verlagen. Het vrijstellingspercentage voor de loonsom loop per tranche geleidelijk op: van 10% in de 3e tranche, naar 15% in de 4e tranche tot 20% in de 5e tranche. Op die manier krijgen werkgevers de ruimte om de onderneming te herstructureren waar dat nodig is vanwege de langdurige veranderingen in de economie en samenleving.

Een andere opmerkelijke wijziging in de NOW-3 ten opzichte van de vorige loonkostensubsidie is dat de voorwaarde dat 100% van het loon van de werknemer die wordt ontslagen om bedrijfseconomische redenen, in mindering wordt gebracht op de subsidie vervalt (in de NOW-1 was dit nog 150%). In de NOW-2 gold dat indien een werkgever gedurende de looptijd van het subsidietijdvak een ontslagaanvraag indiende bij het UWV, het loon van de betreffende werknemer over een periode van drie maanden op het subsidiebedrag in mindering werd gebracht. Dit betekent dat de werkgever ook subsidie ontvangt over de laatste maanden van de arbeidsovereenkomst met de werknemer, oftewel de loonkosten die hij heeft tijdens de ontslagprocedure en de opzegtermijn.

Voorwaarden NOW-3

Omzetdaling

De voorwaarde die geldt om in aanmerking te komen voor de NOW is dat een werkgever in de 3e tranche een omzetdaling van ten minste 20% heeft. Vanaf de 4e en 5e tranche wordt de drempel verhoogd naar een omzetdaling van ten minste 30%. De omzetdaling wordt bepaald door een vierde van de omzet van 2019 te vergelijken met de omzet van een door de werkgever te kiezen periode van drie maanden. Voor de 3e tranche betekent dit dat de periode kan starten op 1 oktober, 1 november of 1 december 2020. Indien een werkgever echter al een aanvraag heeft ingediend voor NOW-2 en de subsidie is verleend, dan dient de periode van omzetdaling aan te sluiten op die periode van omzetdaling waarvoor in NOW-2 is aangevraagd. Dit geldt ook voor de 4e en 5e tranche van de NOW.

Voor het overige blijft het omzetbegrip, de berekening van de omzetdaling op groepsniveau, bepaling omtrent startende ondernemingen en overgang van onderneming na 1 januari 2019 hetzelfde als bij de NOW-2.

Subsidiehoogte en percentage

De subsidie wordt in beginsel gebaseerd op de loonsom van juni 2020 en bedraag per maand respectievelijk 80%, 70% of 60% van de loonsom over juni 2020. Indien over de maand juni 2020 geen loongegevens beschikbaar zijn, wordt uitgegaan van het loon over april 2020. De subsidie is een tegemoetkoming in de loonkosten van de periode oktober tot en met december 2020 (3e tranche), januari tot en met maart 2021 (4e tranche) en april tot en met juni 2021 (5e tranche).

Zoals benoemd wordt per tranche de hoogte van de subsidiepercentage geleidelijk afgebouwd. In de 3e tranche is het maximumpercentage 80% van de totale loonsom dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100%. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. In de 4e tranche is het maximumpercentage 70% en in de 5e tranche is het maximumpercentage 60%.

Ook aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremie en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd. Dit percentage blijft 40%.

Loonsom

Voor de bepaling van de loonsom geldt dat de voorschotten van alle drie de tranches zullen worden gebaseerd op de loonsom van juni 2020. Indien de loonsom van juni 2020 niet gevuld is wordt uitgegaan van de loonsom van april 2020. Bij de definitieve vaststelling van de subsidie wordt de loonsom vergeleken met de loonsom van de driemaands periode 1 oktober tot en met 31 december 2020, 1 januari tot en met 31 maart 2021 en 1 april tot en met 30 juni 2021.

De loonsom kan in de subsidieperiode lager uitvallen dan in de referentieperiode. Zoals hierboven al genoemd wordt het voor werkgevers in de NOW-3 mogelijk gemaakt om de loonsom gedeeltelijk te verlagen. Een bedrijf dat langdurig omzetverlies draait, moet volgens de overheid namelijk de kansen krijgen om zijn bedrijfsvoering hierop aan te passen. Het vrijstellingspercentage loopt op van 10% in de 3e tranche, naar 15% in de 4e tranche tot 20% in de 5e tranche. Dit betekent bijvoorbeeld als de loonsom van oktober tot en met december 2020 ten opzichte van driemaal de loonsom van juni 2020 is gedaald met maximaal 10%, dit geen effect heeft op de hoogte van de subsidie. Als de loonsom meer dan 10% is gedaald, wordt de subsidie lager vastgesteld op het teveel gedaalde deel. Indien bijvoorbeeld sprake is van een daling van 20%, de subsidie over die extra 10% lager wordt vastgesteld en niet over 20%.

Verplichtingen werkgever

Aan de werkgever aan wie subsidie wordt verleend, worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  1. de werkgever is verplicht de subsidie uitsluitend aan te wenden voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, met dien verstande dat de subsidie in ieder geval wordt aangewend voor de betaling van loonkosten;
  2. de werkgever is verplicht de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden, of bij het ontbreken daarvan, de werknemers te informeren over de subsidieverlening;
  3. de werkgever is verplicht zich in te spannen om werknemers te stimuleren om deel te nemen aan een ontwikkeladvies of aan scholing;
  4. de werkgever is verplicht zich in te spannen om bij te dragen aan de begeleiding naar ander werk voor werknemers van wie de arbeidsovereenkomst eindigt of van wie hij het voornemen heeft de arbeidsovereenkomst te beëindigen of niet voort te zetten;
  5. indien de werkgever tijdens de subsidieperiode van een tranche, waarvoor hij subsidie heeft aangevraagd, een verzoek om toestemming doet om de arbeidsovereenkomst van één of meer werknemers op te zeggen op grond van artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is hij verplicht om in die subsidieperiode contact op te nemen met UWV voor ondersteuning bij de begeleiding naar ander werk;
  6. de werkgever voert een zodanig controleerbare administratie dat alle voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan en verleent desgevraagd tot vijf jaar na de datum van vaststelling van de subsidie inzage in deze administratie;
  7. de werkgever doet de loonaangifte op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 op de voorgeschreven momenten;
  8. de werkgever meldt onverwijld en schriftelijk aan de Minister indien zich omstandigheden voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie;
  9. de werkgever overlegt na afloop van de periode waarover subsidie is verleend een definitieve opgave van de omzetdaling in de omzetperiode; en
  10. de werkgever werkt tot vijf jaar na de datum van vaststelling van de subsidie, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit over het verstrekken van de subsidie, de vaststelling van de rechtmatigheid daarvan, of de ontwikkeling van het beleid van de Minister.

Voor meer informatie of ondersteuning bij het indienen van een volledige aanvraag, neem contact op met Ozan Arslan, telefonisch te bereiken via 038 – 852 88 43 , of met één van onze andere specialisten van BrouwersHRM.

Gerelateerde artikelen

Toon alles

Vakantiewerkers en seizoenswerkers

Kinderen aan het werk: wat mag wel? 12 jaar Kinderen tot en met twaalf mogen in principe niet werken en zijn verplicht om naar...

Het boekjaar, alles wat u moet weten

Het boekjaar, een term waar u vast weleens van gehoord heeft. Maar van wanneer tot wanneer loopt het precies en mag je hier als...

Een decemberbericht van BrouwersHRM

Het einde van het jaar is aangebroken en dat verdient een bericht vanuit onze zijde. Wij willen u danken voor al het vertrouwen in...