Reactie op artikel: Rutte III, levenslang leren (en werken).

Op 12 januari jl. publiceerden wij het artikel “Rutte III: levenslang leren (en werken) tot de AOW-gerechtigde leeftijd”.

Hierop volgde een mooie, kritische reactie van Denise Filippo van Bureau HTM, welke wij hier met toestemming publiceren:

“Beste Francois,

Met plezier heb ik je prikkelende artikel gelezen. Je hebt het over de wens van het kabinet Rutte III dat werknemers zich blijven ontwikkelen. Terecht koppel je dit aan duurzame inzetbaarheid, wat natuurlijk breder is dan ontwikkeling alleen. Duurzame inzetbaarheid gaat naast ontwikkeling ook over mobiliteit, vitaliteit en gezondheid en over bevlogenheid en motivatie. Maar ja, in de praktijk blijkt het toch niet zo makkelijk te zijn om een setting te creëren waarin werkenden duurzaam inzetbaar zijn en vragen die jij in je artikel aanroert met betrekking tot verantwoordelijkheid zijn precies de vragen die ik van veel organisaties krijg. Een interessant punt dat je hier aanhaalt is de rol van de overheid naast de rol die werkgever en werknemer hebben.

Je hebt het over verantwoordelijkheid, waarmee je verwijst naar de vraag wie is waarvoor verantwoordelijk als het gaat over de inzetbaarheid van medewerkers. Verantwoordelijkheid is een begrip dat vaak wordt gebruikt in relatie tot een functionele taak die (formeel) belegd is. Verantwoording impliceert ongelijkheid, dus ik zou het liever willen hebben over eigenaarschap, wat meer gerelateerd is aan intrinsieke motivatie en daarnaast gaat het over jezelf. De beste voedingsbodem voor eigenaarschap is gelijkwaardig partnerschap. De werknemer is eigenaar over de eigen inzetbaarheid en betrekt vanuit dat eigenaarschap de werkgever om te onderzoeken waar het gedeelde belang ligt. De werkgever beschouwt in deze ideale wereld het investeren in medewerkers deels als een toegevoegde waarde voor de eigen organisatie om te binden en te boeien en vanuit het breder perspectief zien zij dit als maatschappelijke verantwoordelijkheid.

De rol of misschien wel uitdaging van Rutte III, en alle andere formaties die daarop gaan volgen, is om de randvoorwaarden te creëren die dit gedrag (eigenaarschap) stimuleren. Het arbeidsrechtelijk systeem is nu met name gericht op straf en bescherming hetgeen niet bijdraagt aan een gelijkwaardige relatie tussen werkgever en werknemer.

Een ander onderdeel van de oplossing is het differentiëren van de korte- en lange termijn. Op korte termijn ligt er een uitdaging voor de inzetbaarheid van de beroepsgroepen met fysiek belastend werk waar een grote groep 55+ medewerkers al meer dan 30 jaar hebben gewerkt onder arbeidsomstandigheden die volgens de normen van nu vaak niet acceptabel zouden zijn. Veel van deze mensen hebben niet meer dan een middelbare schoolopleiding genoten. Daarnaast hebben zij op fysiek vlak veel moeten inleveren. Duurzame inzetbaarheid geeft voor hen en hun werkgevers vooral een enorme uitdaging rondom het overbruggen van de jaren tot aan de pensioengerechtigde leeftijd.

De lange termijn uitdaging als het gaat om duurzame inzetbaarheid heeft betrekking op hoe arbeid in de toekomst wordt georganiseerd. Een aanzienlijk deel van het werk zal worden geautomatiseerd en gerobotiseerd. De verwachting is dat medewerkers banen gaan stapelen en daarmee kleine contracten bij meerdere werkgevers hebben. Ook het aantal zelfstandig werkenden zal naar verwachting toenemen. In dit scenario zal eigenaarschap zich nog evidenter manifesteren.

De oplossingsrichting voor de uitdagingen die voor ons liggen op het gebied van duurzame inzetbaarheid is op te delen in 3 facetten:

  1. De overheid creëert optimale randvoorwaarden die een gelijkwaardige relatie tussen werknemer en werkgever stimuleren.
  2. De werknemer vertoont eigenaarschap over de eigen inzetbaarheid.
  3. De werkgever stimuleert eigenaarschap en faciliteert de randvoorwaarden.

Veel groeten,

Denise Filippo
Directeur Bureau HTM”

 

Heeft u vragen, bijvoorbeeld over dit onderwerp? Neem dan gerust contact met ons op.

Bekijk ook