Verhoging minimumloon per 1 juli 2018

Tweemaal per jaar, op 1 januari en op 1 juli, wordt het wettelijk minimumloon herzien. Als gevolg van deze herziening, zal het wettelijk minimumloon per 1 juli 2018 € 1.594,20 bruto per maand bedragen. Voor arbeid die per week wordt beloond komt dit neer op € 367,90 bruto per week en vergoedingen op basis van gewerkte dagen dienen tenminste
€ 73,58 bruto per dag te bedragen.[1]

De periodieke verhoging van het minimumloon komt voort uit de doelstelling van de Wet op het minimumloon. Deze doelstelling luidt als volgt: het bieden van een tegenprestatie voor de in de dienstbetrekking verrichte arbeid, waarbij de tegenprestatie gezien de algehele welvaartssituatie als aanvaardbaar moet kunnen worden beschouwd.[2] Uitgangspunt daarbij was (en is) dat het minimumloon een sociaal aanvaardbaar bestaan kan garanderen. Eenvoudig gezegd: beloning tegen het minimumloon moet leiden tot het kunnen doen van fatsoenlijke boodschappen en het hebben van een dak boven je hoofd. Gezien het gegeven dat de algehele welvaartssituatie continu aan verandering onderhevig is, dient het minimumloon dit ook te zijn. Zo bedroeg het minimumloon voor gehuwden ten tijde van de invoering van het wettelijk minimumloon +/- ƒ 110,- bruto per maand. In de loop der jaren is dit bedrag gestegen tot aan het punt wat op 1 juli 2018 wordt bereikt: € 1.594,20 per maand.

De daadwerkelijke verhoging van het minimumloon wordt berekend aan de hand van de regels zoals de wetgever deze heeft vastgelegd in artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Om te waarborgen dat de stijging (of daling) van het minimumloon verbonden is aan de welvaartsontwikkeling, heeft de wetgever gekozen om de ontwikkeling van het minimumloon te koppelen aan de gemiddelde contractontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Afwijken van deze basisregel is slechts mogelijk indien sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling of een bovenmatige volumeontwikkeling binnen de sociale zekerheid.[3]

De wijziging van het minimumloon wordt op de volgende manier berekend. Men neemt de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging over 2018. Deze raming is terug te vinden in de Macro-Economische Verkenning (MEV), die is gepubliceerd in 2017. Dit komt neer op een percentage van 1,03%. Dit percentage wordt in mindering gebracht op de raming voor de contractloonontwikkeling over 2018, zoals deze is benoemd in het Centraal Economisch Plan (CEP) 2018. Dit percentage bedraagt 2,08%, wat leidt tot een uiteindelijk – niet afgerond – aanpassingspercentage van 1,05%.

Het is belangrijk om als werkgever zorg te dragen voor het tijdig aanpassen van de salarisprocessen in de onderneming. Indien op een later moment dan 1 juli 2018 de verhoging binnen de organisatie wordt doorgevoerd, kan de werkgever namelijk via twee routes worden aangesproken. Ten eerste is er de mogelijkheid dat het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een bestuurlijke boete oplegt. Deze boete kan oplopen tot € 10.000,- per onderbetaalde werknemer.[4] Ten tweede bestaat de mogelijkheid dat de werknemer het heft in eigen hand neemt en een procedure bij de kantonrechter aanhangig maakt. Zowel vanuit bestuurlijk als vanuit civielrechtelijk oogpunt is het daarom van belang om zorg te dragen voor tijdige aanpassing van uw salarisprocessen.

Indien u uw salarisverwerking reeds heeft ondergebracht bij Brouwers, worden deze – en vele andere wijzigingen in wet- en regelgeving – door ons doorgevoerd. U hoeft in dat geval zelf geen actie(s) te ondernemen. Wilt u meer weten over onze dienstverlening en de mogelijkheden op salarisgebied? Neem dan contact met ons op.

 

[1] Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 mei 2018, Stcrt. 2018, 27822.

[2] Kamerstukken II 1967/68, 9574, 3, p. 14.

[3] Zie voor deze specifieke uitzondering artikel 14 lid 5 van de Wet minimumloon en vakantiebijslag.

[4] Zie voor meer informatie de Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2017.

Bekijk ook