ZZP-ers, stand van zaken (3): minimumtarief van € 16,- en "opt-out" voor veelverdienende ZZP-ers

Vorige week heeft het kabinet per brief nadere informatie gegeven over de voortgang van de uitwerking van de zzp-maatregelen ter vervanging van de huidige Wet Dba (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties). De meest opvallende punten zijn:

  • een minimum uurtarief voor zzp-ers van € 16,-, als alternatief voor de verplichte arbeidsovereenkomst voor zzp-ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt (de ALT-maatregel).
  • Voor zzp-ers aan de bovenkant van de markt komt er een zelfstandigenverklaring die verder gaat dan de opt-out regeling die eerder werd voorgesteld in het regeerakkoord.

Het minimumtarief van € 16,- per uur (prijspeil 2019):

Het minimumtarief is gebaseerd op het sociaal minimum. Deze maatregel is van toepassing voor zowel zakelijke als particuliere opdrachtgevers, en geldt ongeacht de duur van de opdracht en het soort werkzaamheden.

Voor alle betrokken partijen heeft het minimumtarief een stijging van de administratieve lasten tot gevolg. Zo moet de opdrachtnemer voorafgaand aan elke opdracht een inschatting maken van direct aan de opdracht gerelateerde uren en kosten. Hij moet deze gegevens in de vorm van een uren- en kostenoverzicht aan de opdrachtgever overhandigen, opdat deze het uurtarief kan berekenen c.q. controleren. De offerte zal dus een belangrijk instrument worden om te bepalen of aan het minimumtarief is voldaan. Ook moet een zzp-er bijhouden welke uren en kosten daadwerkelijk zijn gemaakt tijdens de opdracht. Een overzicht daarvan moet hij na afloop verstrekken aan de opdrachtgever.

Aan de kant van de opdrachtgevers zal onderscheid worden gemaakt in de mate van verantwoordelijkheid: zakelijke opdrachtgevers krijgen een grotere verantwoordelijkheid dan particuliere opdrachtgevers. Waar de particuliere opdrachtgever mag vertrouwen op de gegevens van de opdrachtnemer, geldt voor de zakelijke opdrachtgever dat hij moet controleren of de gegevens van de opdrachtnemer aannemelijk zijn. De juistheid van de gegevens komt mede bij de zakelijke opdrachtgever te liggen. Blijkt achteraf dat niet is voldaan aan het minimumuurtarief, dan is de zakelijke opdrachtgever verplicht om bij te betalen zodat over het geheel alsnog € 16,- per uur wordt betaald. Deze verplichting geldt niet voor de particuliere opdrachtgever, mits hij vooraf heeft vastgesteld dat minimaal een uurtarief van € 16,- wordt gerekend, bijvoorbeeld op basis van de offerte van de opdrachtnemer.

Opt-out voor veelverdienende ZZP-ers geldt ook voor cao’s en pensioen:

Het kabinet heeft een opt-out regeling voorgesteld met een bredere reikwijdte dan eerder opgenomen in het regeerakkoord, waardoor opdrachtgevers en opdrachtnemers extra zekerheid krijgen dat de ZZP-ers buiten dienstbetrekking werken. Naast een vrijwaring voor de loonheffingen en de werknemersverzekeringen, ziet de vrijwaring in het nieuwe voorstel ook op pensioen en cao. Als achteraf blijkt dat er sprake is van werknemerschap, dan hoeft een opdrachtgever bijvoorbeeld geen loon door te betalen bij ziekte. Ook wordt voorkomen dat een opdrachtgever met terugwerkende kracht pensioenpremies moet betalen.

Om gebruik te kunnen maken van de opt-out maatregel moet een zelfstandigenverklaring ondertekenen en moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

  1. In de overeenkomst van opdracht moet opgenomen zijn dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten.
  2. De arbeidsbeloning bedraagt minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019).
  3. De overeenkomst wordt aangegaan voor maximaal een jaar.
  4. De opdrachtgever en de opdrachtnemer ondertekenen beiden de zelfstandigenverklaring.
  5. De opdrachtnemer dient bij de Kamer van Koophandel ingeschreven te staan.

Ad. 2: Minimaal € 75,- per uur

Bij de berekening van het uurtarief van minimaal € 75,- gelden dezelfde administratieve verplichtingen als bij het minimumtarief van € 16,- (zie hierboven). Aan de eis van minimaal € 75,- per uur is enkel voldaan als ook daadwerkelijk minimaal dit bedrag per besteed uur is betaald. Het uurtarief zal jaarlijks worden geïndexeerd.

Ad. 3: Maximaal één jaar

Mochten de werkzaamheden uitlopen en langer duren dan een jaar, dan geldt de zelfstandigen verklaring niet meer voor de periode na dat jaar. Er komt een samenstelregeling: alle werkzaamheden die door de werkende eerder zijn verricht voor dezelfde opdrachtgever – ongeacht de contractvorm – tellen mee. Daarbij maakt het niet uit of de juridische opdrachtgever wijzigt (bijvoorbeeld in een ander concernonderdeel). De termijn van een jaar vangt aan op het moment dat voor het eerst werkzaamheden worden verricht voor de opdrachtgever. Een nieuwe termijn van een jaar begint pas te lopen, nadat minimaal 6 maanden na afronding van een opdracht geen werkzaamheden zijn verricht voor die opdrachtgever.

Wordt niet aan alle voorwaarden van de zelfstandigenverklaring voldaan, dan geldt deze dan ook met terugwerkende kracht niet. Dit kan grote gevolgen hebben omdat daarmee de vrijwaringen zijn vervallen. Op dat moment zal alsnog beoordeeld moeten worden of gewerkt kan worden buiten dienstbetrekking. Ten aanzien van de loonheffingen ligt de bewijslast bij de opdrachtgever.

Tot slot:

De maatregelen moeten nog worden verwoord in wetgeving, waarvan de inwerkingtreding in 2021 wordt verwacht. In ieder geval tot dat moment hebben wij nog te doen met de huidige wet- en regelgeving.

De huidige opschorting van het handhavingsbeleid (handhavingsmoratorium) wordt daarom verlengd tot 1 januari 2021. Wel worden de mogelijkheden tot handhaving vanaf 1 januari 2020 aangescherpt: de Belastingdienst kan vanaf die datum ook handhavend optreden wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (voldoende) binnen een redelijke termijn opvolgen.

Wat onze juridische afdeling onder meer voor u kan betekenen:

Onze juridische afdeling is gespecialiseerd in het doen van deze beoordeling of sprake is van een zzp’er of een werknemer. Eventueel kunnen onze juristen (anoniem) contact opnemen met de Belastingdienst en u desgewenst begeleiden bij het opstellen van een overeenkomst.

Wilt u meer weten of advies? Neem contact op met Nanda Meijer – van Bergen (jurist).

Bron: Kamerbrief Voortgang uitwerking maatregelen ‘werken als zelfstandige’ d.d. 24 juni 2019

Bekijk ook