Binnen ondernemingen wordt vaak veel aandacht besteed aan strategie, financiering en groei. Afspraken tussen aandeelhouders onderling krijgen daarbij niet altijd dezelfde prioriteit. Toch vormen juist deze afspraken de basis voor een stabiele samenwerking.
In de praktijk zien wij dat aandeelhoudersovereenkomsten vaak worden gebaseerd op standaardmodellen. Dat is begrijpelijk vanuit efficiëntie en kostenbesparing, maar sluit lang niet altijd aan bij de specifieke situatie van de onderneming en de wensen van betrokken aandeelhouders. Zolang de samenwerking goed verloopt, vormt dat geen probleem. Maar zodra belangen uiteen gaan lopen, blijkt of afspraken houvast bieden of juist ruimte laten voor discussie.
Deadlock: wat als besluitvorming vastloopt?
Een belangrijk onderdeel van de aandeelhoudersovereenkomst is de situatie waarin aandeelhouders geen overeenstemming meer bereiken. Dit speelt met name bij gelijkwaardige verhoudingen, zoals een 50/50-belang. Wanneer besluiten uitblijven, kan de onderneming feitelijk tot stilstand komen.
Deadlock-bepalingen in aandeelhoudersovereenkomsten zijn veelal te algemeen geformuleerd of sluiten onvoldoende aan bij de specifieke situatie. Juist op het moment dat besluitvorming vastloopt, ontbreekt dan een duidelijke en werkbare oplossing. Een goed ingerichte regeling kan bijvoorbeeld voorzien in een escalatiemechanisme, mediation of een exit-constructie waarbij één van de aandeelhouders wordt uitgekocht. Dit kan bijvoorbeeld spelen wanneer twee aandeelhouders het fundamenteel oneens zijn over de koers van de onderneming. Denk aan de situatie waarin de ene aandeelhouder wil investeren in verdere groei van de bestaande tak van sport, terwijl de andere juist een nieuwe activiteit wil opstarten. Wanneer geen van beiden kan worden overruled, blijven besluiten uit en raakt de onderneming klem tussen twee visies.
Zonder een duidelijke vooraf overeengekomen oplossing kan een dergelijke impasse onnodig voortduren, met directe gevolgen voor de continuïteit en aansturing van de onderneming.
Good leaver en bad leaver: discussie bij vertrek
Ook het vertrek van een aandeelhouder leidt in de praktijk regelmatig tot discussie. Daarbij wordt vaak onderscheid gemaakt tussen een “good leaver” en een “bad leaver”. Dit onderscheid bepaalt onder welke voorwaarden en tegen welke prijs aandelen worden overgedragen. Een good leaver betreft bijvoorbeeld situaties zoals pensionering, arbeidsongeschiktheid of vertrek in goed overleg. Bij een bad leaver gaat het doorgaans om ernstiger situaties, zoals verwijtbaar handelen of het schenden van afspraken.
In de praktijk kan dit bijvoorbeeld relevant zijn wanneer een aandeelhouder vertrekt na een verschil van inzicht over de strategie. De vertrekkende aandeelhouder zal zich vaak als good leaver beschouwen en aanspraak maken op de volledige waarde van zijn aandelen, terwijl de achterblijvende aandeelhouder het vertrek juist ziet als gevolg van verwijtbaar handelen. Zonder duidelijke afspraken ontstaat dan al snel discussie over zowel de kwalificatie als de prijs.
Algemene bewoordingen om deze regeling te beschrijven, bieden onvoldoende houvast op het moment dat de belangen uiteen gaan lopen.