Een zakelijke auto brengt kosten én bijtelling mee
Staat de auto op de zaak, dan drukken de afschrijving en zakelijke autokosten op de winst. Denk aan brandstof of elektriciteit, onderhoud, verzekering, motorrijtuigenbelasting, financiering, parkeren en wassen. Bij verkoop ontstaat het verschil tussen de verkoopprijs en de fiscale boekwaarde. Dat kan een belastbare boekwinst of een aftrekbaar boekverlies opleveren.
Gebruik je de auto ook privé, dan volgt in beginsel een bijtelling. Die blijft achterwege als je overtuigend kunt aantonen dat het privégebruik niet meer dan 500 kilometer per kalenderjaar bedraagt. Voor auto’s met een datum van eerste toelating in 2026 bedraagt de bijtelling volgens de Belastingdienst doorgaans 22 procent van de cataloguswaarde. Voor een nulemissieauto geldt 18 procent tot een cataloguswaarde van € 30.000 en 22 procent over het meerdere. Bij een waterstofauto of kwalificerende zonnecelauto geldt het tarief van 18 procent over de volledige cataloguswaarde. Het vastgestelde tarief geldt in beginsel zestig maanden.
Bij een dga wordt het voordeel via de loonbelasting verwerkt. Bij een ondernemer met een eenmanszaak, vof, cv of maatschap loopt het via de winst in de inkomstenbelasting. Voor deze laatste groep kan de bijtelling niet hoger zijn dan de werkelijke autokosten, inclusief afschrijving, in dat jaar.
Een privéauto geeft eenvoud en een vaste vergoeding
Blijft de auto privé, dan betaal je aanschaf en gebruik zelf en ontstaat geen bijtelling. Daar staat tegenover dat de onderneming in 2026 voor iedere zakelijke kilometer € 0,25 mag vergoeden of van de winst mag aftrekken. De kilometervergoeding van € 0,25 omvat alle autokosten. Brandstof, verzekering, onderhoud, parkeren en afschrijving kunnen daarnaast dus niet nog eens afzonderlijk worden afgetrokken.
Voor ondernemers met veel zakelijke kilometers en een auto met beperkte afschrijving kan privé rijden aantrekkelijk zijn.
Bij hoge kosten, weinig privékilometers of een kostbare nieuwe auto kan de zakelijke route juist sterker uitvallen. In onze Brouwers Berichten over de hogere kilometervergoeding lees je meer over de verhoging die met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 geldt.
De btw volgt een eigen route
De keuze voor de inkomstenbelasting bepaalt niet automatisch de keuze voor de btw. Een auto kan voor de winstberekening privé zijn en voor de btw geheel of gedeeltelijk zakelijk. Bij een privéauto kan de btw op onderhoud en gebruik naar verhouding van het zakelijke gebruik en de belaste omzet aftrekbaar zijn. De btw op de aanschaf blijft buiten aftrek als de auto voor de btw privé wordt gehouden.
Bij een zakelijke auto is de btw op aanschaf en gebruik aftrekbaar voor zover de auto voor belaste omzet wordt ingezet. Voor het privégebruik volgt vervolgens een correctie. Als een administratie het werkelijke privégebruik niet laat zien, bedraagt die volgens de btw-regels voor privégebruik doorgaans 2,7 procent van de catalogusprijs inclusief btw en bpm. Later dan vier jaar na het jaar van ingebruikneming, of wanneer bij aanschaf geen btw is afgetrokken, geldt doorgaans 1,5 procent. Voor de btw telt woon-werkverkeer als privégebruik, terwijl het voor de inkomstenbelasting zakelijk is.