Voordelen van een BV ten opzichte van een eenmanszaak
Een belangrijk voordeel van een BV ten opzichte van een eenmanszaak is dat de BV een zelfstandige rechtspersoon is. De BV gaat zelf overeenkomsten aan, bezit zelf de bedrijfsmiddelen en is in beginsel zelf aansprakelijk voor haar schulden. Daardoor ontstaat een duidelijkere scheiding tussen de onderneming en het privévermogen van de ondernemer.
Een tweede voordeel is de mogelijkheid om winst in de BV te reserveren. Wanneer je de winst nodig hebt voor investeringen, personeel, werkkapitaal of toekomstige groei, hoeft deze niet onmiddellijk naar privé te worden uitgekeerd. Dat kan fiscaal gunstiger zijn dan een situatie waarin de volledige ondernemingswinst direct in box 1 wordt belast.
Een BV biedt bovendien meer mogelijkheden om eigendom en risico te structureren. Zo kan in bepaalde situaties worden gewerkt met een persoonlijke holding en een afzonderlijke werkmaatschappij. Waardevolle bezittingen of opgebouwde reserves kunnen dan onder voorwaarden buiten het dagelijkse ondernemingsrisico worden gehouden. Een holdingstructuur is echter niet automatisch noodzakelijk. Zij brengt ook extra administratie, aangiften en kosten mee.
Tot slot is een BV vaak beter geschikt voor toetreding van aandeelhouders, participatie door medewerkers, bedrijfsopvolging en verkoop. Afspraken over zeggenschap, dividend, overdracht van aandelen en besluitvorming kunnen worden vastgelegd in de statuten en eventueel in een aandeelhoudersovereenkomst.
Aansprakelijkheid bij een eenmanszaak en BV
Bij een eenmanszaak bestaat juridisch geen scheiding tussen de ondernemer en de onderneming. Je bent daardoor met je privévermogen aansprakelijk voor zakelijke schulden. Bij een VOF is iedere vennoot in beginsel volledig privé aansprakelijk voor de schulden van de VOF, ook wanneer een andere vennoot de betreffende verplichting is aangegaan. (ondernemersplein.overheid.nl)
Bij een BV ligt de aansprakelijkheid in beginsel bij de BV zelf. Dat betekent niet dat ieder privé risico verdwijnt. Een bestuurder kan onder meer persoonlijk aansprakelijk worden wanneer sprake is van onbehoorlijk bestuur. Ook kan een bank, verhuurder of leverancier om een persoonlijke borgstelling vragen. In dat geval neem je alsnog privé risico. (ondernemersplein.overheid.nl)
Een omzetting wist bestaande verplichtingen bovendien niet automatisch uit. Contracten, financieringen en schulden moeten daadwerkelijk worden overgedragen of aangepast. Daarvoor kan medewerking van de andere contractspartij nodig zijn. Wie een VOF omzet naar een BV, kan daarnaast aansprakelijk blijven voor schulden uit de periode waarin hij of zij vennoot was. Interne afspraken tussen de voormalige vennoten beperken het recht van een externe schuldeiser niet automatisch. (kvk.nl)
Kijk bij de keuze voor een BV daarom niet alleen naar de algemene aansprakelijkheidsregels. Laat ook bestaande overeenkomsten, algemene voorwaarden, garanties, financieringen en verzekeringen beoordelen.
Fiscale gevolgen van een eenmanszaak naar een BV in 2026
Bij een eenmanszaak of VOF wordt de winst bij de ondernemer belast in box 1. Het tarief loopt in 2026 op tot 49,5 procent. Ondernemers die aan het urencriterium en de overige voorwaarden voldoen, kunnen in 2026 nog gebruikmaken van € 1.200 zelfstandigenaftrek. Na toepassing van de ondernemersaftrek geldt een mkb winstvrijstelling van 12,7 procent. Persoonlijke heffingskortingen en andere omstandigheden beïnvloeden de uiteindelijke belastingdruk. (belastingdienst.nl)
Een BV betaalt in 2026 19 procent vennootschapsbelasting over het belastbare bedrag tot en met € 200.000. Boven € 200.000 bedraagt het tarief 25,8 procent. Dit tarief mag niet worden gezien als de volledige belastingdruk van de ondernemer. De dga ontvangt doorgaans loon van de BV. Dat loon wordt belast in box 1. Voor de gebruikelijkloonregeling geldt in 2026 als uitgangspunt het hoogste bedrag van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het loon van de meestverdienende werknemer binnen de relevante vennootschappen of € 58.000. Een lager loon kan mogelijk zijn wanneer je dat voldoende aannemelijk kunt maken. (belastingdienst.nl)
Keert de BV na betaling van vennootschapsbelasting dividend uit, dan betaalt de aandeelhouder daarover belasting in box 2. In 2026 bedraagt het box 2 tarief 24,5 procent tot een belastbaar inkomen van € 68.843 en 31 procent over het meerdere. Het salaris van de dga valt niet in box 2, maar in box 1. (belastingdienst.nl)
Daarom bestaat er geen universele winstgrens waarbij een BV altijd voordeliger is. Stel dat twee ondernemers allebei € 150.000 winst maken. De eerste ondernemer heeft vrijwel de volledige winst privé nodig. De tweede kan een belangrijk deel in de onderneming laten voor investeringen. Voor de tweede ondernemer kan een BV fiscaal eerder aantrekkelijk worden, terwijl de eerste te maken krijgt met loon, eventuele dividendbelasting en extra BV kosten zonder hetzelfde uitstelvoordeel te behalen.
Een goede vergelijking kijkt daarom minimaal naar de verwachte winst over meerdere jaren, het gebruikelijk loon, de benodigde privéopnamen, investeringen, heffingskortingen, de zorgverzekeringsbijdrage, eventuele goodwill, stille reserves, vastgoed en de jaarlijkse kosten van de BV. De uitkomst moet vervolgens worden afgewogen tegen aansprakelijkheid, continuïteit en toekomstplannen.