Op de balans staat soms een bedrag dat daar jaar na jaar blijft staan. De aandeelhouder heeft geld in de BV gestoken, de onderneming gebruikt het voor groei, investeringen of een moeilijke periode en tegenover dat geld staat nog altijd een lening. Er wordt rente berekend. De schuld drukt op de balans. En terwijl de onderneming verdergaat, keert één vraag telkens terug: moet dit een lening blijven, of past agio inmiddels beter?
Een agiostorting kan dan een logische stap zijn. Door een lening van de aandeelhouder aan de BV om te zetten in agio, verdwijnt de schuld uit het vreemd vermogen en groeit het eigen vermogen. De balans wordt sterker, de rentelast kan stoppen en de onderneming oogt minder afhankelijk van schuldfinanciering. Maar er komt geen euro op de bankrekening bij. En wat eenmaal als agio is ingebracht, kan niet zo eenvoudig worden teruggehaald als een gewone lening. Juist daar ligt het verschil tussen een snelle boeking en een goed doordachte keuze.
Wat is agio en wat is een agiostorting?
Agio is het bedrag dat een aandeelhouder boven de nominale waarde van de aandelen in een BV stort. Ook een latere kapitaalstorting door een bestaande aandeelhouder kan, wanneer die goed wordt vastgelegd, als agio worden verwerkt. Op de balans komt dat bedrag terecht in de agioreserve. Die agioreserve behoort tot het eigen vermogen van de BV.
Agio is dus niet simpelweg de waardestijging van een aandeel. Als een onderneming succesvoller wordt en de economische waarde van haar aandelen stijgt, ontstaat daardoor niet vanzelf extra agio op de balans. Agio ontstaat door een daadwerkelijke kapitaalstorting die aan het aandeelhouderschap wordt toegerekend.
Wie zoekt op agio storten in BV, denkt vaak aan een bankoverschrijving van privé naar de zakelijke rekening. Dat is inderdaad een gebruikelijke vorm. Een agiostorting kan echter ook plaatsvinden door een bestaande vordering op de BV in te brengen. In dat geval verandert de financieringsvorm, zonder dat er opnieuw geld wordt overgemaakt.
Welke lening kunt u omzetten in agio?
De richting van de schuld is beslissend. Alleen wanneer de aandeelhouder een vordering op de BV heeft, kan die vordering in deze vorm worden ingebracht als agio. De aandeelhouder heeft dan geld aan de BV geleend en de BV heeft een schuld aan de aandeelhouder. Door die vordering om te zetten, geeft de aandeelhouder zijn recht op terugbetaling als schuldeiser prijs en krijgt de BV daarvoor eigen vermogen terug.
Dat is iets anders dan de situatie waarin de aandeelhouder geld van de BV heeft geleend. Dan heeft juist de BV een vordering op de aandeelhouder. Zo’n schuld van de directeur grootaandeelhouder aan de BV verdwijnt niet door haar eenvoudig als agio te benoemen. De onderlinge geldstroom, de juridische verhouding en de boekhouding moeten dus eerst exact worden vastgesteld.
Ook bij een rekening courant is de naam niet genoeg. Een rekening courant is bedoeld voor bedragen die over en weer worden geboekt en doorlopend worden verrekend. Een langdurig of substantieel saldo kan feitelijk een lening zijn. Wie een rekening courant wil omzetten in agio, moet daarom eerst bepalen wie per saldo schuldeiser is, hoe het saldo is ontstaan en welke waarde de vordering op het moment van omzetting heeft.