De maandrapportage ligt open op het scherm. De omzet groeit richting € 16 miljoen, het personeelsbestand telt inmiddels 54 mensen en ook het balanstotaal beweegt mee. Voor de financieel manager zijn het vertrouwde cijfers. Toch vertellen ze ineens een nieuw verhaal. De onderneming nadert de grens waarop een jaarrekening niet meer alleen wordt opgesteld, maar ook onafhankelijk moet worden gecontroleerd.
Dat moment komt vaak minder plotseling dan het voelt. Een audit van de jaarrekening is in Nederland doorgaans verplicht wanneer een rechtspersoon twee opeenvolgende boekjaren aan minimaal twee van de drie wettelijke groottecriteria voldoet. Ook statuten, een financieringsovereenkomst, een subsidieregeling of sectorspecifieke wetgeving kunnen een controle voorschrijven. Wie de ontwikkeling van de organisatie tijdig volgt, kan zich voorbereiden. Wie pas na de jaarafsluiting kijkt, moet vaak onder tijdsdruk schakelen.
Een audit is een onafhankelijk onderzoek naar de jaarrekening en de informatie waarop die jaarrekening is gebaseerd. De accountant verzamelt controlebewijs, beoordeelt risico’s en vormt een oordeel over de vraag of de jaarrekening een getrouw beeld geeft. Het resultaat is een controleverklaring. Daarmee krijgen aandeelhouders, financiers, bestuurders en andere belanghebbenden een redelijke mate van zekerheid over de financiële verantwoording.
Wat is een audit van de jaarrekening?
Het woord audit betekent in brede zin onderzoek of controle. Er bestaan bijvoorbeeld interne audits, financiële audits en onderzoeken naar specifieke verantwoordingen. In dit artikel gaat het om de accountantscontrole van de jaarrekening. De begrippen audit, jaarrekeningcontrole en controle van de jaarrekening worden daarbij vaak voor hetzelfde traject gebruikt.
Een audit is iets anders dan het opnieuw maken van de administratie. Het bestuur blijft verantwoordelijk voor de jaarrekening en voor de interne beheersing waarmee betrouwbare financiële informatie tot stand komt. De accountant staat daar onafhankelijk naast. Die onderzoekt of de cijfers en toelichtingen als geheel voldoende betrouwbaar zijn en of zij zijn opgesteld volgens het toepasselijke verslaggevingsstelsel.
Tijdens de jaarrekeningcontrole kijkt de accountant onder meer naar omzet, debiteuren, voorraden, investeringen, schulden, voorzieningen en belangrijke schattingen. Ook processen achter de cijfers krijgen aandacht. Wie mag betalingen klaarzetten en goedkeuren? Hoe worden memoriaalboekingen verwerkt? Sluiten contracten aan op de omzetverantwoording? En welke risico’s bestaan rond fraude en continuïteit? De controle beweegt dus van het grootboek naar de werkvloer en weer terug.
Welke zekerheid geeft een jaarrekeningcontrole?
Een accountantscontrole geeft een redelijke mate van zekerheid. Dat is een hoge mate van zekerheid, maar geen absolute garantie dat iedere fout of fraude wordt ontdekt. De accountant richt het onderzoek op afwijkingen die afzonderlijk of samen van materieel belang kunnen zijn voor gebruikers van de jaarrekening. Daarom worden risico’s beoordeeld, gegevens geanalyseerd, processen getoetst en steekproeven uitgevoerd. Niet iedere factuur wordt afzonderlijk nagelopen.
Aan het einde geeft de accountant een oordeel in de controleverklaring. Een goedkeurende controleverklaring betekent dat de jaarrekening in alle van materieel belang zijnde aspecten een getrouw beeld geeft volgens het gebruikte verslaggevingsstelsel. Als voldoende geschikt controlebewijs ontbreekt of een materiële afwijking bestaat, kan een aangepast oordeel nodig zijn.
Een controle biedt redelijke zekerheid, een beoordeling beperkte zekerheid en een samenstellingsopdracht geen zekerheid. Dat verschil is belangrijk. Een jaarrekening die door een accountant is opgesteld, is dus niet automatisch gecontroleerd.
Wanneer is een accountantscontrole verplicht?
Voor veel besloten vennootschappen, naamloze vennootschappen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen volgt de wettelijke controleplicht uit Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Kleine rechtspersonen zijn in beginsel vrijgesteld van de accountantscontrole. Zodra een organisatie niet langer als klein kwalificeert en middelgroot of groot wordt, is controle van de jaarrekening in beginsel verplicht.
De huidige grensbedragen staan in artikel 2:396 van het Burgerlijk Wetboek. De toets draait om drie criteria. Het balanstotaal bedraagt meer dan € 7,5 miljoen, de netto omzet bedraagt meer dan € 15 miljoen en het gemiddeld aantal werknemers is 50 of meer. Voldoet de organisatie op twee opeenvolgende balansdata aan minimaal twee van deze drie criteria, dan ontstaat doorgaans controleplicht.
Let vooral op het personeelscriterium. De wettelijke vrijstelling voor een kleine rechtspersoon spreekt over minder dan 50 werknemers. Bij gemiddeld precies 50 werknemers wordt dus niet meer aan dit kleine criterium voldaan. De Kamer van Koophandel geeft een actueel overzicht van de bedrijfsklassen, waaronder klein, middelgroot en groot.
De beoordeling vindt niet altijd uitsluitend op het niveau van één besloten vennootschap plaats. Bij een groep moeten de activa, netto omzet en werknemers van groepsmaatschappijen in veel situaties worden meegeteld alsof een geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld. Vrijstellingen en bijzondere groepsstructuren kunnen de uitkomst beïnvloeden. Een holding met meerdere werkmaatschappijen vraagt daarom om een beoordeling van de groep als geheel.