De Europese wetgever heeft een richtlijn aangenomen op het gebied van het insolventierecht. Deze richtlijn moet de insolventieregels binnen de Europese Unie verder harmoniseren en heeft ook gevolgen voor de Nederlandse wetgeving.
Met het aannemen van de insolventierichtlijn zal de Nederlandse wetgever de bepalingen in de richtlijn moeten implementeren in Nederlandse wetgeving. Twee onderdelen van de richtlijn zijn in ieder geval noemenswaardig: de verantwoordelijkheid van bestuurders bij een dreigend faillissement en de regels rondom de faillissementspauliana.
Bestuurder moet tijdig handelen
Een belangrijke wijziging betreft de verantwoordelijkheid van bestuurders wanneer een onderneming failliet dreigt te gaan. Bestuurders zijn verplicht een verzoek tot faillissement in te dienen, binnen drie maanden nadat zij weten of redelijkerwijs hadden moeten weten dat de vennootschap failliet is. Hierbij staat het de lidstaten vrij om een uitzondering op te nemen voor bestuurders die natuurlijke personen zijn en persoonlijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de vennootschap, zoals bijvoorbeeld bij een eenmanszaak of vennootschap onder firma.
Als de bestuurder niet heeft voldaan aan deze plicht, dan kan deze bestuurder aansprakelijk gehouden worden voor de schade die de schuldeisers daardoor hebben geleden.
Faillissementspauliana
Ook de regels rondom de faillissementspauliana gaan veranderen. Met de faillissementspauliana kan een curator bepaalde rechtshandelingen die voorafgaand aan een faillissement zijn verricht, terugdraaien. Het gaat bijvoorbeeld om situaties waarin schuldeisers door een bepaalde handeling zijn benadeeld.
De huidige Nederlandse wetgeving kent een onderscheid in verplichte en onverplichte rechtshandelingen. De Europese richtlijn kiest voor een andere systematiek en onderscheidt drie categorieën:
- Rechtshandelingen die schuldeisers begunstigen;
- Rechtshandelingen zonder vergoeding of een ontoereikende vergoeding ertegenover;
- Rechtshandelingen die schuldeisers opzettelijk benadelen.
Voor deze categorieën gelden verschillende termijnen. Bovenstaande rechtshandelingen, uitgevoerd binnen respectievelijk 3 maanden, 12 maanden of 2 jaar, voorafgaand aan het verzoek tot faillissement, zullen nietig of vernietigbaar zijn. Met het aannemen van de insolventierichtlijn is de verwachting dat de Nederlandse faillissementspauliana op dit punt aanzienlijk gewijzigd zal worden.
Wat betekent dit voor de praktijk?
De nieuwe Europese richtlijn kan grote gevolgen hebben voor bestuurders en ondernemingen in financiële moeilijkheden. Er zullen ingrijpende wijzigingen in de Nederlandse insolventiewetgeving worden doorgevoerd. In de toekomst zal van bestuurders verwacht worden actief te handelen als faillissement dreigt. Tegelijkertijd veranderen de mogelijkheden om rechtshandelingen die vóór een faillissement zijn verricht terug te draaien.